AAL = OP
Het is op zich al leuk om beleidsmedewerkers en ambtenaren van het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselveiligheid (de club die er ondermeer voor moet zorgen dat onze visstand op orde blijft) koste wat kost beroepsvissers te horen verdedigen. Nog mooier wordt het als een beleidsmedewerker Communicatie van de Combinatie van Beroepsvissers aan het woord is. Die zit dus echt in een spagaat waar een twaalfjarig kapot getraind turnstertje diep respect voor heeft.
Langzamerhand is wel duidelijk dat de visstand, zowel op het binnen- als buitenwater, aardig onder druk staat. Zo ook de aal. Die is op. En ik wil echt niet alleen de beroepsvissers de schuld geven van het verdwijnen van de aal, maar dat is natuurlijk wel zo. Samen met ons dan. Wij vreten die paling namelijk op en zijn dus ook schuldig. Zij die aal eten dienen zich daarom van kritiek te onthouden. De laatste vijf jaar heb ik er niet één gegeten, dus ik heb het recht, wat zeg ik, de morele plicht mijn ongenuanceerde mening te ventileren.
Terug naar de communicatieman: Han Walder. Hij beweert in het vakblad Visionair (nr. 3. pag. 16) met droge ogen dat de teruggang van de aalstand niet aan de beroepsvissers ligt, maar aan de hoge prijs van glasaal. Walder: “Het uitzetten van glasaal is daardoor onbetaalbaar geworden, met als gevolg verminderde vangsten.” Interessant punt: niet God maar de beroepsvisser is verantwoordelijk voor het bestaan van de aal. Welkom in de wondere wereld van Han. De oplossing ligt toch voor de hand: niet meer op aal vissen. Dat vindt Brussel ook. Als je ze niet wegvangt, dan blijven ze gewoon zwemmen. Goed idee toch, want de aal is op!. En dat zegt ie zelf ook, onze Han. Maar nee hoor. Hij vindt het zelfs een heel raar idee: “De sterke reductie van de aalvisserij die de Europese Commissie dreigt af te kondigen geeft stof tot nadenken.”
Ik word debiel. Han, vriend, DE AAL IS OP! En dan kan je wel gaan spagaten dat iedereen moet kunnen doorvissen, maar, let op, daar komt ie nog een keer: DE AAL IS OP!