De Ziekte Van Schreiner
Ik ging naar Suriname. Voor enorme meervallen in de Corantyn rivier. Dus ik heb nodig een hele goede hengel en een hele goede reel en een hele goede lijn.
Laten we het even bij de lijn houden. Je vliegt naar Suriname, je regelt een boot, met een gids en een kok en een derde creool waarvan niemand ooit te weten komt wat hij op de boot doet maar hij is er nou eenmaal en valt niemand echt lastig, 900 liter benzine en 6 kippen, je vaart 4 dagen, je trotseert een aantal bijbelse wolkbreuken waar je op de wal dieren in paartjes ziet staan omdat ze graag meewillen en je gaat 400 km diep de jungle in. En je krijgt misschien een paar aanbeten. Als het meezit. Als je echt mazzel hebt haak je er twee. Dan wil je een hele goede lijn. Een lijn die houdt. En dan zal het me aan me reet roesten welke lijn het beste bij de hengel past. Hij moet niet breken. Punt. Er moet opstaan ‘unbreakable’. In heel veel talen.
Ik had eerst een lijn, welk merk doet er niet toe maar op het doosje staan Ron Johnson, met een trekkracht van ruim 45 pond. 45 pond. Dat stond er op. En hij paste zo fijn bij mijn hengel. Alles in balans en zo. Zo’n Schreiner verhaal. Mijn poepgaatje! We zijn onderweg de lijn wat gaan testen. 7 kilo, knal stuk. 8 kilo stuk, 6 stuk, 9 stuk. Laten we zeggen, 20 pond max. Als we heel langzaam trokken en tegelijkertijd op onze blote knieen God om vergiffenis baden.
Hoe testen ze die lijnen? Ik zeg, hang die lijn 10 meter boven de grond, hang er een blok beton met het gewicht van de trekkracht en zet Ron Johnson eronder. Kijken wat er dan op het doosje komt te staan.
Gelukkig had mijn vismaat een 100 pond lijn bij zich. Jan Schreiner zou zich omdraaien in zijn graf. Hele setje uit balans! Maar hij hield wel. En iedereen maar roepen, past niet bij de hengel, ga je olifanten uit het water trekken. Ha, ha, ha, ha. Dat is de ziekte van Schreiner. Maar ik sta op de foto met een Laulao meerval van 95 kilo. En geen fotoshop. Voor het eggie. Na een gevecht van een uur. Dankzij mijn lijn.