• Moment

    Het moment is langzaam aangebroken. Onontkoombaar. Misschien uitgesteld door het broeikas effect of technische hulpmiddelen maar het gebeurt. Elk jaar weer. Even betrouwbaar als het spijtgevoel na een bezoek aan een prostitue of leegvreten van een zak chips vlak voor het slapen gaan. Of een combinatie daarvan.
    Te koud om te vissen. De dag dat je besluit dat de spulletjes in de hoek blijven op je vrije dag en je diep in je hart weet. Ik hoor bij de mietjes. Ik hoor bij de 95% zwakkelingen die alleen bij lekker weer vist. Ik ben een volgevreten welvaarts genieter en als het er echt op aan komt geef ik niet thuis. Iets aan de wilgen hangen. Verloren. Alle stoere verhalen dat we jagers zijn, oerdriften, natuur, instinkt, het is allemaal gelul. De jongetjes en de mannen splitsen zich. En de pijn, de diepe snijdende pijn als je in de trein zit of in je autootje en je ziet een groene schim met een vlijmscherp rapiertje door de polder lopen, zijn adem tekent ijle wolkjes in de lucht. Aarzelende sneeuw smelt op zijn hoofd. De polder is verlaten, leeg. Het water schijnbaar levenloos. Dat zijn de echte mannen. Zij houden de droom levend. Jij bent uit ge-evolueerd. Zij houden de soort in stand.
    De Wintervisser.
    Je kan overal vissen want geen hond gaat je controleren. Een snoekje van 60 cm die je plug pakt is een overwinning op het leven zelf. Dat blok kou wat je in je hand houdt en die je met liefde in het vloeibare ijs terug zet. Het moment dat je hem vasthoud zie je even dankbaarheid in zijn ogen omdat de aanraking met jouw hand hem een beetje warmte geeft. Intense voldoening als de lauwe koffie je botten weer opwamt.
    De Wintervisser. Wij zijn er voor u!