De keer dat er een bijbelse bui aankwam en ik het water voor mijn ogen wit zag schuimen en daarin de enige aanbeet van de dag wist te verzilveren.
De keer dat ik aankwam lopen en dacht dat er een kind in het water lag maar het was een karper van in de tachtig centimeter die mijn korst niet kon weerstaan.
De keer dat ik mijn eerste graskarper ving op een stuk gras.