Krabben
In Wilnis zijn teveel krabben. En met teveel bedoel ik echt veel te veel. Vol is vol, maar dan nog voller. De algehele biomassa van de polder wordt langzaam omgezet in krabben. En niet gewone gezonde hollandse krabben, die maat weten te houden, die zich laten opeten. Nee. Amerikaanse krabben. Het stugge werk. Exoten. Tuig van de richel wat hier niet thuis hoort.
En als het nou nog vechters waren geweest, dertig, veertig kilo zware vechtmachines, dan was er nog te praten. We zijn gek op kweekkarpers en snoekbaars en alles wat hier niet thuis hoort maar wel leuk is. Voor ons. En we haten alles wat hier wel thuis hoort, aalscholvers, maar die we niet leuk vinden. Maar deze buitenaardse vreetmachines zijn en exoot en we haten ze. Erger kan niet.
Hoe raken we ze weer kwijt? Er is maar 1 oplossing. 1. Geen twee, niet een beetje van dit een beetje van dat. 1.
Waarom sterven dieren op deze planeet uit?
Omdat de japanners denken dat ze er geil van worden. Dat is de bottum line. Soms zijn stukken dier geneesmiddel, of net als haaienvinnen erg lekker. Maar als je echt naar de kern gaat moet je er voor zorgen dat japanners denken dat je van die Krabben in Wilnis geil wordt. Bedenk nu allen een goede campagne, met lekkere wijven en dikke pikken en japanners en ze komen in bussen uit de hele wereld hierheen. Niet voor Volendam, niet voor de bollen. Voor de krabben! En ze komen niet met fototoestellen, ze gaan niet naar Anne Frank, neen, wij gaan hordes japanners met netten door de polder zien ploegen tot de laatste lustopwekkende krab uitgeroeid is. En dan kunnen wij weer vissen!