Het Visblad.
Ik haat afscheid. Als ik op een feest ben of met vrienden in een kroeg ben ik het liefst opeens weg. Poef. He? Ik stond met hem te praten, ik draai me om, ik hoorde poef en hij is er niet meer. Maar goed, uw hoofdredacteur stopt ermee. Zoals hij tegen mij zei, ‘ze kunnen allemaal de typhus krijgen en ik ga wat zinnigs met mijn leven doen’.
Nee, dat was een grapje. Hij zei, Hans, ik heb nog nooit zo’n hoofdpijn gehad, ik ga stoppen bij Het Visblad. De reden van de hoofdpijn was een onbeschofte hoeveelheid wodka, de plaats was Kazachstan, en de beslissing had hij die dag in de boot genomen. Juul was jarig die dag. We zaten samen in de boot met een russisch sprekende gids rechstreeks uit het afvoerputje van de hel afkomstig.
Je weet wel, als die haren die je uit je douche haalt met zeepresten eraan.
Een zure nare wodkadrinkende eikel. We wilde grote meerval vangen, maar die waren er nauwelijks meer. Voor onze ogen werd elke dag zwaar gestroopt met aaslijnen met vis eraan.
Er zaten nog wat kleine en een paar hele grote vissen. We vingen in veertien dagen tijd vier behoorlijke vissen, rond 1,70, en 1 absolute topvis. 2 meter 63. Helaas volkomen leeg gepaaid, maar nietemin indrukwekkend.
We lagen 2 meter uit elkaar met het aas en schijnbaar was de geur van Juul voor dit vrouwtje aantrekkelijker. Ze belden me nog van De Wereld Draait Door. Want Juul had uitgebreidt met de vis in De Telegraaf gestaan en ze waren erachter gekomen dat ik de foto’s en het filmpje had gemaakt. Of ik in de uitzending wilde. Ik zeg, om te vertellen dat ik een vis die net geen wereld record is, dat ik die net niet gevangen heb. Wat is dat voor een looser verhaal?
Met Juul in de boot is mooi. Juul is de beste theoreticus die er bestaat. We vingen niks en elke tien minuten kwam er een nieuwe reden. Ik dacht dat ik soms mijn bek niet kon houden. De watertemperatuur, de wind, paaien, verkeerde plek, verkeerd aas, verkeerde wind, koude nachten, teveel snoekbaars, te weinig roofblei, te diepe plekken, te ondiep, verkeerd tijdstip, verkeerd materiaal, dunnere lijnen, zwaarder lood, te weinig vis, alles weg gestroopt, te veel meeuwen, te veel koekoeken, te communistisch, wodka, luchtdruk, volle maan. En het ging maar door. En ik ben er dan heel goed in om een sluitend tegen argument te bedenken. U begrijpt, een feestje om bij in de boot te zitten. Misschien is dat de reden dat de gids de hele tijd sliep.
En we droomden door over Het Visblad. We wilde een nieuwe rubriek beginnen. Het Paradijs. En dan alle plekkken in nederland waar je niet mag vissen stiekum gaan vissen en vertellen of je iets mist! Dus die grote meerval, Big Mamma, in die Centreparcs vijver vangen, de grote karpers die in de Efteling schijnen rond te zwemmen, prive wateren, de Oostvaardersplassen, het Naardermeer, vijvers rond kastelen. Dat soort dingen. Het kan natuurlijk niet, maar het lonkt wel.
En Juul vertelde me een hilarisch verhaal dat ze in de vraagrubriek iemand hadden uitgelegd hoe je brasem moest vangen en ja, daar moest een foto bij van die man met een brasem. Als bewijs dat de tip instant werkte! En ze vingen niks. Zelf met de tip niet. En toen is Juul in de auto gestapt, half uur gereden, drie uur gevist, 1 brasem gevangen, snel terug gereden en de man met de vis gefotografeerd. Ah, ik geniet van die verhalen. Wilde we ook gaan vertellen in de rubriek Backstage. Maar dat kan natuurlijk niet! Er moet iets van magie overblijven.
Tot slot waren we drie dagen stil in de boot. Uitgeluld. En toen kwam het beste idee.
Wereldvrede. Ja. Wereldvrede! Wij vissers zitten uren aan de waterkant. En iedereen denkt dat je dan niks doet. Maar wij denken. De hele tijd. Als we die denkkracht nou gebruiken. Als alle vissers van Nederland, nee, de wereld, via internet opdrachten krijgen om over na te denken. Stukjes van de puzzel. En die lossen ze dan op. En zo kunnen we de grootste problemen oplossen door te gaan vissen! En wat betreft de toekomst van de vissport, ik denk dan aan een uitspraak van Juul, toen ik in Indonesie tijdens het vissen op Giant Travelli een dreg maat 2 tot over de weerhaak in zijn been sloeg, hij keek erna en riep ‘zo, dat ziet er lekker uit!’.